IMS is ontwikkeld in Canada door Prof dr C.C. Gunn, Vancouver. Op dit moment zijn in Neder-land twee artsen geregistreerd als IMS-therapeut. De resultaten bij pijn van het bewegingsappa-raat met IMS zijn veelbelovend. Het werkingsmechanisme is anders dan gebruikelijk en deels onopgehelderd. Er is één RCT-studie gepubliceerd met IMS bij chronisch rugpatiënten (1). Bij patiënten met chronische aspecifieke klachten, zoals therapie-resistente rug- bekken- en nek-klachten, bursitisklachten, spier- en peesklachten kan IMS helpen.
Chronische klachten van de bewegingsorganen worden vrijwel steeds gekenmerkt door pijnlijke strengen en drukpunten in spierweefsel. Spieren geven blijk van “verkort” te zijn, en bind- en peesweefsel gaat te strak staan en raakt verdikt (enthesopathie). Tegelijkertijd zijn er vegetatieve signalen (bijvoorbeeld een versterkte vasomotorreflex en/of een versterkte sudomotorreflex) in de corresponderende segmenten. Deze versterkte reflexen impliceren een betrokkenheid van het perifere zenuwstelsel en niet alleen van het motorische deel ervan. Al deze verschijnselen kunnen zonder pijn aanwezig zijn. Dan is er sprake van een “stil” of subklinisch probleem. Met IMS wordt beoogd dit dysfunctioneren van het perifere zenuwstelsel te behandelen en daarmee de pijn. Om effectief te kunnen behandelen is een grondige kennis van anatomie, en (neuro-) fysiologie noodzakelijk. Behandelstrategieën zijn gebaseerd op regulier klinisch denken en handelen; behandeldoelen zijn controleerbaar en herhaalbaar. IMS behoort daarom tot regulier geneeskundig denken en handelen.
Bij IMS wordt de spier intramusculair geprikkeld. Eén van de gewenste gevolgen is door middel van een oppervlakte-electromyogram in het volgende plaatje in beeld gebracht. De dunne zwarte lijn geeft de basisspanning van de spier in microvolt weer.
De rode pijlen geven een prikkel in een pijnlijke spierstreng aan. Er treedt een (myotatische) reflex op. Na de tweede prikkel inclusief reflex gaat de spierspanning omlaag (groene pijl). Vaak blijkt direct dat een beperkte beweging ruimer wordt. Het werkingsmechanisme verloopt hier vermoede-lijk via het proprioceptieve systeem.
Hieronder een voorbeeld van bewegingsonderzoek met behulp van infraroodtechniek, uitgevoerd bij een 80-jarige patiënt, een man met nekklachten. Links de situatie vóór, rechts direct nà IMS. De weergave geeft de relatieve verplaatsing van de infraroodsensoren in de ruimte weer, in gra-den weergegeven op de X- en Y-as. De punten zijn dus een afgeleide van de feitelijke beweging-en. Er is sprake van een duidelijke verandering ten gunste van bewegingsverbetering. Het is denkbaar, dat in dit geval als verstorende variabele het bewegingsonderzoek zelf geldt, in de praktijk blijkt bij toepassen van IMS dat dit soort verruiming van beweging vrij vaak optreedt tijdens de behandeling en direct merkbaar voor de patiënt en/of behandelaar.
Rationale om IMS toe te passen bij chronische pijn
Een interventie die in staat is door middel van een segmentale reflex spierspanning te verlagen (tijdelijk of blijvend), draagt bij aan herstel. En niet alleen via verbeterde doorbloeding. Het neuromusculair samenwerken in de regio kan verbeteren, aangezien een lagere spanning in de agonist een lagere spanning toelaat in de antagonist. Bewegingssturing kan op deze wijze ver-beteren. Een minder verkorte spier is sterker en minder snel moe. Een voordeel boven spieren rekken in de lengte is daarbij dat zenuwweefsel niet meegerekt wordt. Zenuwweefsel is erg ge-voelig voor rek. Lengterekkingen worden veelvuldig toegepast, maar geven nogal eens méér klachten.
De belangrijkste aandoeningen die met IMS te behandelen zijn, zijn chronische klachten van het bewegingsapparaat, zoals rug- en nekklachten. Veel van deze klachten bevinden zich in de categorie aspecifieke aandoeningen, zoals aspecifieke rugklachten, RSI/CANS, bekkeninstabiliteit, fibromyalgie en whiplash. Maar ook een bursitisbeeld, spier- en chronische peesklachten. In feite gaat het om alle aandoeningen waarbij direct of indirect een spierverkorting een mechanische, of doorbloeding-belemmerende rol speelt. De theorie die het fundament van IMS vormt, verklaart deze klachten binnen hetzelfde theoretische kader. Als deze klachten met de ogen van een IMS-therapeut beoordeeld worden, lijken de verschillen vooral in lokale presentatie en de provocatie te vinden te zijn.
(1): Dry needling of Muscle Morot points for chronic low back pain. A randomized clinical trial Spine, 1980 vol 5 number 3 (279-291)